Het voetbal is me met de paplepel ingegeven. Als klein kind werd ik al door mijn opa meegenomen naar het voetbalveld aan de haven, waar nu het kantoor van de woningbouwvereniging staat. Het veld was verstopt achter oude jutezakken, als we binnen waren kreeg ik gelijk een zak doppinda’s die Joman Broekhuizen verkocht in een groen houten keetje. Ik kan me nog een wedstrijd herinneren tegen Urk, toen trok Peter de Sjorrel een paal uit de grond om een Urker mee tegen de vlakte te slaan, op dat veld is heel wat gebeurd. Achter iedere boom heb ik daar verstoppertje gespeeld, als de wedstrijd begonnen was mocht ik altijd tussendoor naar de dijk om margrieten te plukken. En als we dan thuis kwamen aten we gestoofde paling die opa zelf gevangen had. Toch begon ik me toen al af te vragen of dat voetbal eigenlijk wel leuk was.
Later ben ik met mijn vader meegegaan naar het huidige ESC terrein, waar hij zelf en mijn broertje voetbalden. Ook hier was in het begin een houten kantine, ik weet me nog te herinneren dat Theo Hagendoorn en Alie van de Weide hier achter de bar stonden. Hier was het voor mij ook niet altijd gezellig, ik liep er als meisje tussen om wat flesjes te zoeken en dan in te wisselen voor statiegeld. Toen wist ik echter nog niet, dat ik later een kleinzoon zou krijgen die nog een graatje erger was dan mijn man, vader en mijn opa.
Nu sta ik één keer per week langs het lijntje om mijn kleinzoon aan te moedigen, drie keer per week moet mijn schoondochter stinkende voetbalkleren wassen, en als ik bij haar kom is er altijd voetbal op tv. Allemaal prima, het hoort er tegenwoordig bij.
Het begon met mijn kleinzoon onschuldig, balletje trappen in de tuin en meetrainen met de mini’s, maar het is in een jaar tijd behoorlijk uit de hand gelopen. Hij ademt voetbal, hij droomt voetbal, hij leeft voetbal. Zeg maar gerust obsessief en dan druk ik me nog zachtjes uit.
Het begint al zodra hij uit bed komt. Tijdens het ontbijt wordt mijn schoondochter vriendelijk verzocht de pindakaas even door te ‘passen’ en vervolgens is het 10 minuten ruzie maken over waarom hij zijn voetbalschoenen niet naar school aan mag. Terwijl hij tussen de middag weer een schone broek aankrijgt zonder groene knieën, vraagt hij mij met stille dwang even naar de Plus te gaan voor voetbalplaatjes. Na school wordt er afgesproken met een van zijn voetbalmaatjes om de partij van die ochtend nog eens dunnetjes over te doen en mocht papa ’s avonds per ongeluk vergeten dat er voetbal op tv is, dan helpt hij hem er wel aan herinneren.
Wanneer hij op school moet vertellen wat er in het weekend allemaal is gebeurd, vertelt hij tot in detail hoe Stekelenburg zijn duim heeft gebroken en als hij bij oma en opa geen voetbal op tv kan vinden, gaat hij naar huis waar ze alles kunnen ontvangen. Digitaal met van allerlei abonnementen is er immers altijd wel ergens een wedstrijdje te vinden.
En dan mag ik de zaterdag natuurlijk niet vergeten. De wedstrijddag van de mini’s. Zijn scheenbeschermers moeten precies goed zitten, hij mag absoluut niet te laat zijn en hij weet graag van tevoren wie hij ‘in gaat maken’. Hij vindt zichzelf de beste en zijn vader helpt hem maar wat graag die gedachte in stand te houden. Verliezen is geen optie, scoren een must.
En ach, ook al is het allemaal wat veel van het goede, als hij dan scoort, komt er toch ook bij mij weer een glimlach op mijn gezicht. Je bent een voetbal oma of je bent het niet. Het is blijkbaar gewoon mijn roeping.......